Binnen politiek
De naoorlogse politiek in België wordt beheerst door zgn. breuklijnen. Die historisch gevormde breuklijnen zijn:
- het communautaire: dit is de nieuwe naam voor wat vroeger wel als de Vlaams-Waalse tegenstellingen of ook de Vlaamse ontvoogdingsstrijd werd beschreven;- het sociale: ook wel de klassenstrijd of de tegenstelling tussen het kapitaal en de werkmensen;- het levensbeschouwelijke: op het eerste gezicht de tegenstelling tussen klerikaal-antiklerikaal, maar verbreedt naar het vlak van ethische problemen (zoals abortus, euthanasie) en de scheiding tussen kerk en staat.
Deze breuklijnen vertalen zich deels naar politieke partijen maar lopen ook dikwijls door partijen heen. De gewijzigde staatsstructuur volgt uit die breuklijnen.
Sommigen zien in het verschil in taal ook een verschil in cultuur en traditie: Germaanse in het noorden, Romaanse in het zuiden. Dit zou zich ook uiten in politieke verschillen: de christendemocraten zijn naar verhouding sterker in (landelijk) Vlaanderen dan in (het vroeger geïndustrialiseerde) Wallonië, voor de sociaaldemocraten geldt het omgekeerde. Vroeger lag het economisch zwaartepunt van het land in Wallonië met haar mijnen en zware industrie, maar sinds de jaren 60 is de Waalse industrie verouderd en in crisis, het economisch belang van Vlaanderen groeide door zijn havens, kleine en middelgrote ondernemingen en de constante groei van de dienstensector.
Brussel, de federale hoofdstad, de hoofdstad van het Vlaams en Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Vlaamse Gemeenschap, zetel van de Europese Raad, Europese Parlement en Europese Commissie, en tal van andere internationale organisatie, is zonder enige twijfel de belangrijkste stad van het land, en tevens de meest controversiële stad: ze vormt de inzet van veel twisten. Brussel is historisch een Vlaamse stad en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt volledig ingesloten door het Vlaams gewest. Brussel is de hoofdstad van Vlaanderen maar ook van de Franstalige gemeenschap. In theorie is Brussel tweetalig, maar in de praktijk hoofdzakelijk Franstalig. Zoals elke grote stad deint Brussel verder uit naar de Vlaamse Rand, die bij het Vlaams Gewest hoort. Dat zorgt voor politieke, communautaire spanningen, die hoog op kunnen lopen.
Kenmerkend voor België was de wafelijzerpolitiek als middel om spanningen af te kopen, al dan niet in communautaire kwesties. Wafelijzerpolitiek kwam erop neer, dat voor elke overheidsinvestering op een plaats een overeenkomstige investering bij de concurrent moest staan of omgekeerd. Voorbeeld is het groots ogende Hellend vlak van Ronquieres ter compensatie van de uitbreiding van de haven van Brugge-Zeebrugge.
Een heet hangijzer is recentelijk de kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV). Volgens het Grondwettelijk Hof is het handhaven van deze kiesomschrijving, terwijl overal elders per provincie wordt gestemd, ongrondwettelijk. Vlaamse politici willen B-H-V opsplitsen in het tweetalig Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Nederlandstalige Halle-Vilvoorde, dat in het kiesdistrict Vlaams-Brabant zou opgaan. Voor de Franstaligen raakt dit aan de bestaande evenwichten in de staatshuishouding, en ze eisen in ruil zaken als de uitbreiding van Brussel of meer taalfaciliteiten in de Vlaamse Rand rond de hoofdstad. Bijzonder verlammend werken daarbij de tactische blunders en het electoraal opbod in beide kampen. Als gevolg van de federalisering aan het einde van vorige eeuw, hebben de politieke partijen een metamorfose ondergaan. De grote unitaire (nationale) partijen werden gesplitst in een Franstalige en Nederlandstalige vleugel (BSP-PSB werd sp.a en PS; CVP-PSC werd CD&V en cdH); sindsdien netwerken de politici uit de verschillende gewesten (c.q. gemeenschappen) eigenlijk vooral binnen hun taalgroep en verlopen de contacten over de taalgrens heen minder vlot, politici kennen elkaar niet zo goed meer (op het persoonlijke vlak), er ontstaat zo een soort publieke communicatie over de taalgrens heen waarbij de pers als "proxy" fungeert. Sinds de campagne voor de federale verkiezingen van 2007 zijn alle politieke commentatoren het erover eens dat deze veranderde wijze van politiek bedrijven en van netwerken tussen politici, alle constructieve onderhandelingen tussen de taalgemeenschappen ernstig heeft bemoeilijkt. Deze zienswijze wordt gedeeld door alle commentatoren ongeacht hun taalrol en ongeacht hun politiek kleur, en wordt sinds ongeveer 2007 in alle landelijke kranten, of audiovisuele media herhaald.
Datum: 28.05.2010Bekeken: 68